BEVRIJD SOZA · STOP SLOOP · RENOVATIE EERST
- Ana Pereira Roders

- 2 days ago
- 13 min read
Updated: 1 hour ago
Petitie Tekst 2026 (NL)
Het voormalige Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag, werd door bureau Herman Hertzberger in 1979 ontworpen, en is als overheidsgebouw van 1990 tot 2016 in gebruik geweest. Het is internationaal erkend als icoon van de Structuralistische architectuur, waarbij in zijn visionaire opzet al rekening is gehouden met toekomstige bestemmingen. In een tijd waarin enkelen over duurzaamheid en circulariteit spraken, is dit een baanbrekend voorbeeld van duurzaamheid avant la lettre!
De monumentenstatus werd door het College van Den Haag aan het gebouw onthouden. Hoewel constructief solide en in zijn opzet aanpasbaar, is het lot van SoZa dat zijn eigenaar VORM van plan is te slopen, en de gemeente Den Haag werkt daaraan mee door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een nieuwbouwplan.
Wij willen in een ultieme poging verhinderen dat sloopwerkzaamheden deze zomer kunnen beginnen.
De Nederlandse wetgeving is gevaarlijk permissief: de sloop van niet beschermde gebouwen vereist slechts een sloopmelding en de sloop kan vier weken later beginnen. Monumentenaanwijzingen zijn het aangewezen juridische instrument om sloop te voorkomen. Een aansprekend en relevant voorbeeld van tijdig ministerieel ingrijpen is de aanwijzing tot Rijksmonument van het Olympisch Stadion van Jan Wils. Ondanks zware druk van de gemeente Amsterdam om snel te slopen voor woningbouw, werd dit stadion definitief in 1992 gered doordat de Minister het met spoed op de monumentenlijst plaatste.
De Raad van State schenkt in de beschouwing “Recht op de Toekomst” -Jaarverslag 2025 -aandacht aan de gevolgen van overheidsbeslissingen voor het leefklimaat van de volgende generaties, en de verplichtingen die daaruit voortvloeien. Kiezers en politici hebben sterk de neiging te kiezen voor beleid dat de huidige generatie ten goede komt. “Er is kortom sprake van een zekere tirannie van het hedendaagse”. Onder artikelen (20 en 21) van de Grondwet moet de overheidszorg zich uitstrekken tot de bestaanszekerheid en leefomgeving van toekomstige generaties. Nederland kent in dat kader geen rechtstreekse verankering in de Grondwet, maar desondanks concludeert de Raad: “Wel is helder dat de verplichtingen om te ‘bevorderen’ en ‘zorg te dragen voor’ niet in hun tegendeel mogen komen te verkeren, d.w.z. belemmeren, verwaarlozen of veronachtzamen.”
Wij doen een beroep op drie ministers om de verdragsverplichtingen van Nederland na te komen:
|
Eenmaal gesloopt, kan noch SoZa, noch zijn erfgoedgemeenschap, noch de planeet worden hersteld. Door deze petitie te ondertekenen, willen wij SoZa helpen en een precedent scheppen waarbij erfgoedgemeenschappen worden gehoord, toekomstige generaties worden beschermd, en mondiale verplichtingen worden gerespecteerd. Voorbarige sloop blokkeert klimaatneutraliteit. Renovatie en hergebruik van gebouwen zoals SoZa brengt klimaatneutraliteit dichterbij, terwijl ons erfgoed behouden blijft.
Samen maken wij duurzaamheid en respect voor eenieders erfgoed “Het Nieuwe Normaal”!
Aan Rianne Letschert, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
De Erfgoedwet verleent de Minister van OCW de wettelijke bevoegdheid om gebouwen aan te wijzen als Rijksmonument.[1] SoZa heeft deze aanwijzing nog niet gekregen, ondanks herhaalde en aanhoudende verzoeken door een actieve erfgoedgemeenschapom SoZa als Rijksmonument aan te wijzen, zoals formeel gedefinieerd onder het Verdrag van Faro; een erfgoedgemeenschap bestaande uit meer dan 560 professionals uit het veld, meerdere erfgoedorganisaties, en internationale organisaties, waaronder Europa Nostra. In maart 2024 werd een petitie ingediend bij de Tweede Kamer.[2] In februari 2026 heeft het Adviescomité van Europa Nostra's 7 Most Endangered Programme SoZa voorgeselecteerd als een van de 14 meest bedreigde erfgoedlocaties in Europa.[3]
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voert namens de Minister van OCW momenteel een Post-65 erfgoedprogramma (1965-1990) uit, dat slechts de aanwijzing van 150 Rijksmonumenten nastreeft, terwijl deze periode ongeveer een derde van de huidige Nederlandse gebouwenvoorraad vertegenwoordigt. Participatieve processen met erfgoedorganisaties, gemeenten, burgers en RCE-specialisten identificeerden een potentiële lijst die tien keer langer is.[4] Het proces is zorgvuldig, maar verloopt dermate traag dat de meest toonaangevende gebouwen niet op tijd de beschermde status krijgen en gesloopt worden. Dat dreigt SoZa te overkomen.
Nederland heeft op 10 januari 2024 het Verdrag van Faro ondertekend dat erfgoedrechten erkent als mensenrechten en collectieve verantwoordelijkheid voor erfgoedbehoud vestigt.[5] Het verdrag vereist dat rekening wordt gehouden met de waarden die elke erfgoedgemeenschap hecht aan het culturele erfgoed, waarmee zij zich identificeert.[6] Ratificatie moet nog volgen, maar ook als ondertekende staat is Nederland verplicht, volgens het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, zich te onthouden van handelingen die het voorwerp en doel van een verdrag zouden ondermijnen.[7]
SoZa is een wereldwijd erkend icoon van de Structuralistische Architectuur, een uniek en baanbrekend voorbeeld van een aanpasbaar en duurzaam gebouwencomplex uit de Post-65 periode. Doorgaan met de sloop van SoZa, terwijl de erfgoedgemeenschap wordt genegeerd en het Verdrag van Faro op ratificatie wacht, zou het voorwerp en doel van dit Verdrag ondermijnen.
Wij roepen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op om zich te onthouden van handelingen die het voorwerp en doel van het Verdrag van Faro zouden ondermijnen, zich in te zetten voor de erkenning van de erfgoedgemeenschap van SoZa, het complex voor te dragen voor bescherming en als geheel aan te wijzen als Rijksmonument, en het Post-65 programma uit te breiden in erkenning van erfgoedgemeenschapswaarden.
[1] Artikel 3.1, lid 1, van de Erfgoedwet van 9 december 2015, Staatsblad 2015, 511, bepaalt: "Onze Minister kan ambtshalve besluiten een monument of archeologisch monument dat van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als rijksmonument".
[2] Floortje Keijzer presenteerde een brandbrief aan de Tweede Kamer en verzocht om het SoZa-gebouw aan te wijzen als Rijksmonument in april-mei 2024. Voor meer informatie: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-soza-verdient-niet-de-sloophamer-maar-status-van-rijksmonument~bef7c1a5/
[3] Anneke de Gouw, Joop ten Velden, en Rupert van Heijningen hebben SoZa namens twee NGO’s - de Erfgoedvereniging Heemschut en Vrienden van Den Haag – en de lokale gemeenschap ingediend bij het 7 Most Endangered Programme. Europa Nostra heeft SoZa voorgeselecteerd voor de 14 meest bedreigde erfgoedlocaties in Europa. Voor meer informatie: https://www.europanostra.org/fourteen-cases-of-heritage-at-risk-in-europe-preselected-for-2026/
[4] Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland, "Tips & Take-aways Steunpunt Erfgoedteam: Post 65 erfgoed herontwikkelen – uitdagingen en kansen," 24 september 2025 ("Ongeveer 40% van de gebouwde omgeving in NL stamt uit 1965–1990").
[5] Artikel 1(b) van het Raamverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving (Verdrag van Faro), erkent erfgoedrechten als fundamentele mensenrechten, vestigt individuele en collectieve verantwoordelijkheid voor erfgoed, en benadrukt erfgoedbehoud als essentieel voor menselijke ontwikkeling, levenskwaliteit en democratische samenleving.
[6] Artikel 2(b) van het Verdrag van Faro definieert een "erfgoedgemeenschap" als bestaande uit "mensen die specifieke aspecten van cultureel erfgoed waarderen die zij, binnen het kader van openbaar handelen, willen behouden en doorgeven aan toekomstige generaties." Deze definitie erkent erfgoedgemeenschappen als zichzelf definiërende groepen gevormd rondom gedeelde culturele waarden, in plaats van het vereisen van officiële aanwijzing of etnische identiteit.
[7] Artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht (Wenen, 23 mei 1969, United Nations Treaty Series, vol. 1155, p. 331) vestigt de verplichting van ondertekenende staten om "zich te onthouden van handelingen die het voorwerp en doel van een verdrag zouden ondermijnen" tussen het moment van ondertekening en ratificatie. Deze tussentijdse verplichting is van toepassing op Nederland vanaf de datum van ondertekening van het Verdrag van Faro (10 januari 2024) tot ratificatie of een duidelijke indicatie geen partij te worden. Het voorwerp en doel van het Verdrag van Faro is de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving, en het ondersteunen van erfgoedgemeenschappen en hun erfgoed.
Aan Stientje van Veldhoven-van der Meer, Minister van Klimaat en Groene Groei
Nederland heeft zich gecommitteerd aan netto-nul broeikasgas-emissies in 2050 onder de Klimaatwet,[1] het Klimaatakkoord van Parijs,[2] en de Europese Klimaatwet,[3] die vereisen dat alle klimaat gerelateerde beleidsbeslissingen in lijn zijn met klimaatneutraliteit in 2050. Toch heeft de Nederlandse overheid er recent voor gekozen om de decarbonisatie van de bouwsector te vertragen van -3,0% (2015-2022) naar -1,0% per jaar (2022-2030).[4]
Het slopen van 56.000 m² constructief solide gewapend beton genereert vermijdbare en onomkeerbare materiaal gebonden koolstofemissies die decarbonisatie terugdraaien. Ten eerste schrijft de voorbarige sloop van een gebouw voltooid in 1990 de gehele koolstofinvestering af en schakelt de terugverdientijd van bijna vier decennia materiaal gebonden koolstof uit: emissies van grondstofwinning, fabricage, bouw, gebruik en onderhoud. Ten tweede start het een nieuwe cyclus van koolstofemissies uit sloop- en nieuwbouwactiviteiten.
Een milieueffectrapportage (MER)[5] werd uitgevoerd voor het nieuwbouwproject. De Commissie voor de milieueffectrapportage identificeerde echter kritieke hiaten: er werden geen alternatieven vergeleken, waaronder renovatie versus sloop-en-nieuwbouwscenario's. De MER beoordeelde alleen de operationele emissies van de voorgestelde nieuwbouwplannen, gaat voorbij aan de materiaal gebonden koolstofimpact van het slopen van 56.000 m² gewapend beton. Er werd geen materiaal gebonden koolstofbeoordeling uitgevoerd, of bij de gemeente Den Haag ingediend, die sloop met renovatie vergelijkt.
De EU-richtlijn milieueffectbeoordeling (2014/52/EU)[6] vereist dat lidstaten de significante milieueffecten van grote ontwikkelingsprojecten beoordelen, inclusief de overweging van alternatieven en effecten op cultureel erfgoed, voorafgaand aan goedkeuring. Het ontbreken van een vergelijkende materiaal gebonden koolstofbeoordeling en erfgoed-impactbeoordeling voor een sloop van deze omvang, is inconsistent met zowel de MER-richtlijn als de verplichtingen onder de Europese Klimaatwet.
Wij roepen de Minister van Klimaat en Groene Groei op om het Klimaatakkoord van Parijs en de Europese Klimaatwet na te leven, een materiaal gebonden koolstofbeoordeling te eisen voor SoZa's sloop- en nieuwbouwplan, en te overwegen dit vereiste uit te breiden naar alle omgevingsvergunningen.
[1] De Klimaatwet van 2 juli 2019, zoals gewijzigd op 5 juli 2023, stelt bindende emissiereductiedoelstellingen vast onder artikel 2.1: een reductie van 55% tegen 2030 vergeleken met het niveau van 1990, met als doel netto-nul broeikasgasemissies tegen 2050.
[2] Het Klimaatakkoord van Parijs, aangenomen op 12 december 2015 en in werking getreden op 4 november 2016 (VN-verdragenreeks, I-54113), verplicht partijen de mondiale temperatuurstijging te beperken tot ruim onder 2°C boven pre-industriële niveaus. Nederland heeft het Akkoord geratificeerd op 27 september 2016.
[3] De Europese Klimaatwet, Verordening (EU) 2021/1119 van 30 juni 2021 (PB L 243, 9.7.2021), maakt klimaatneutraliteit tegen 2050 juridisch bindend voor alle lidstaten. Artikel 2, lid 1, vereist dat alle beleidsbeslissingen—inclusief beslissingen over sloop versus renovatie van bestaande gebouwenvoorraad—in lijn zijn met het klimaatneutraliteitspad.
[4] De beoordeling van de Europese Commissie van het definitieve nationale energie- en klimaatplan van Nederland documenteert de recente vertraging in de decarbonisatie van de bouwsector, van -3,0% per jaar (2015-2022) naar -1,0% (2022-2030). SWD(2025) 140 final, 11 februari 2025, pp. 172-173.
[5] De Gemeente Den Haag heeft een milieueffectrapportage (MER) laten opstellen voor het project Anna van Hannoverstraat 4, vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2023. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage concludeerde in haar adviezen van 30 mei 2023 en 19 september 2023 dat "het instrument milieueffectrapportage niet ten volle is benut, omdat geen alternatieven zijn vergeleken"—specifiek werd geen vergelijking gemaakt tussen renovatie en sloop-en-nieuwbouw scenario's. Beschikbaar op www.commissiemer.nl (project 3601).
[6] Richtlijn 2011/92/EU, zoals inhoudelijk gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU van 16 april 2014 (PB L 124, 25.4.2014), vereist dat lidstaten milieueffectbeoordelingen uitvoeren voor projecten die significante milieueffecten kunnen hebben. Artikel 3 schrijft voor dat directe en indirecte effecten op zowel klimaat als cultureel erfgoed worden beoordeeld, met expliciete overweging van redelijke alternatieven voor het voorgestelde project.
Aan Elanor Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningen
De herziene Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBD, Richtlijn 2024/1275/EU)[1] vereist dat lidstaten prioriteit geven aan renovatie boven sloop, onder het motto “renovatie eerst”. Nederland rondt momenteel het Nationaal Plan voor Gebouwrenovatie (NBRP) af, dat uiterlijk op 31 december 2026 gereed moet zijn, om in 2050 een emissievrije gebouwenvoorraad te bereiken.[2]
SoZa is constructief solide en naar ontwerp aanpasbaar, wat de Structuralistische idealen weerspiegelt, die gebruikersvrijheid vooropstelt om ruimtes in de loop der tijd aan te passen. Belangrijke kenmerken zijn zestien achthoekige torens op een regelmatig constructief raster dat naar behoefte kan worden verkleind of uitgebreid, de scheiding van de dragende constructie van demonteerbare binnenwanden, en een ruim meerlaags intern circulatienetwerk dat meerdere functies ondersteunt.
Toen de Nederlandse overheid SoZa aan private investeerders verkocht, werd de renovatie van dit gebouwencomplex als voorwaarde voor de verkoop vastgesteld. Dit sloot volledig aan bij de erkende kwaliteit van het gebouw, zoals beoordeeld door Jo Coenen, de Rijksbouwmeester (2000-2004). In de publicatie De Verantwoorde Rijksgebouwendienst uit 2004 selecteerde Coenen SoZa als een van de 50 meest inspirerende voorbeelden van Nederlandse Architectuur. Op de een of andere manier is deze voorwaarde – vastgelegd in een kettingbeding – echter toch verdwenen toen de huidige eigenaar SoZa aankocht. De Gemeente Den Haag verleende de omgevingsvergunning voor nieuwbouw en wijzigde het bestemmingsplan, waardoor SoZa tot sloop werd veroordeeld.
De haalbaarheid van renovatie vereist dat programma's worden afgestemd op gebouwcapaciteit, niet het opdringen van vooraf bepaalde programma's aan bestaande gebouwen en het concluderen dat ze onverenigbaar zijn wanneer ze niet passen. Gerenommeerde architecten, waaronder Herman Hertzberger, hebben reeds renovatiealternatieven voorgesteld. Bovendien bevestigde een TU Delft-onderzoek, ontwikkeld in samenwerking met Rotor DB al in 2017, het potentieel van SoZa voor demontage en hergebruik. Nederland is een wereldleider op het gebied van renovatie, zowel op erfgoed- als circulariteitsgebied, in onderzoek en praktijk. Het slopen van SoZa onteert deze expertise.
De renovatiealternatieven zijn op geen enkel moment door een onafhankelijke instantie serieus vergeleken met de sloop-en-nieuwbouwoptie. Hieruit blijkt gebrek aan respect voor zowel de oorspronkelijke verkoopvoorwaarde van de Nederlandse overheid, als voor het renovatie-eerst-principe van de EPBD, evenals voorde doelstellingen van het Nationaal Plan voor Gebouwrenovatie. Een vergelijkende beoordeling van renovatie versus sloop van SoZa zou een waardevolle demonstratiecasus bieden voor het NBRP, die laat zien hoe het renovatie-eerst-principe van de EPBD kan worden toegepast op grote utiliteitsgebouwen en circulaire principes kan bevorderen, die verder gaan dan afvalbeheer bij bouw en sloop. Een internationale ontwerpwedstrijd, die een materiaal gebonden koolstofbeoordeling omvat, zou helpen de 2050-doelstellingen te halen. Het slopen van SoZa schept het tegenovergestelde precedent.
Wij roepen de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op om de Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen na te leven, het verlaten derdenbeding tot renovatie van SoZa te herroepen, een internationale ontwerpwedstrijd mogelijk te maken voor renovatiealternatieven, en de praktijk van het vergelijken van materiaal gebonden koolstofbeoordelingen tussen renovatie- en sloop-en-nieuwbouwplannen te integreren in toekomstige vergunningen.
[1] Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking), PB L, 2024/1275, 8.5.2024 (Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen - EPBD). Deze richtlijn is op 28 mei 2024 in werking getreden en moet uiterlijk op 29 mei 2026 in Nederlands nationaal recht zijn omgezet. Het stelt minimale energieprestatie-eisen voor gebouwen vast en vereist dat lidstaten prioriteit geven aan renovatie boven sloop om de decarbonisatiedoelstellingen van de EU voor 2050 te bereiken. Artikel 9 vereist dat lidstaten nationale gebouwrenovatieplannen opstellen die aantonen hoe renovatie prioriteit zal krijgen. De overwegingen van de richtlijn vermelden expliciet dat "het stimuleren en ondersteunen van gebouwrenovatie, met inbegrip van een verschuiving naar emissievrije verwarmingssystemen, daarom een hoofddoel is van deze richtlijn" en dat "in het huidige tempo de decarbonisatie van de bouwsector eeuwen zou vergen." Het renovatie-eerst-principe is centraal voor het nakomen van de EU-klimaatverplichtingen.
[2] Nationaal Plan voor de Renovatie van de Gebouwen (NBRP), concept gedateerd 23 maart 2026, Ministerie van BZK/VRO. Volgens artikel 3 van de EPBD is Nederland verplicht uiterlijk op 31 december 2025 een concept-NBRP in te dienen en uiterlijk op 31 december 2026 een definitief NBRP. Het plan moet routekaarten aantonen om tegen 2050 een emissievrije gebouwenvoorraad te bereiken, inclusief renovatiedoelstellingen voor ongeveer 330.000 utiliteitsgebouwen. Het concept-NBRP behandelt circulaire sloop en hoogwaardige verwerking van bouw- en sloopafval in overeenstemming met de EU-kaderrichtlijn afvalstoffen 2008/98/EG, met name met betrekking tot de afvalhiërarchie en circulaire economiedoelstellingen. SoZa, als groot utiliteitsgebouw van 56.000 m², valt binnen het toepassingsgebied van gebouwen die het NBRP moet behandelen.
Initiatiefnemers van de Petitie en Eerste Ondertekenaars (alfabetisch op naam)
1. Ana Pereira Roders, Hoogleraar Erfgoed en Waarden, UNESCO-leerstoel Erfgoed en de Hervorming van Stedelijke Conservering voor Duurzaamheid, TU Delft, Nederland
2. Ana Tostões, Hoogleraar Architectuurgeschiedenis en -theorie, Instituto Superior Técnico en Voormalig Voorzitter DOCOMOMO International, Portugal
3. André Thomsen, Voormalig Hoogleraar Woningrenovatie & Management, TU Delft, en voorzitter Stichting Bedreigde Gebouwen en Buurten door Sloop (LOSB), Nederland
4. Andy van den Dobbelsteen, Hoogleraar Klimaatontwerp & Duurzaamheid, TU Delft, Nederland
5. Anita Blom, Architectuurhistoricus, Voormalig RCE Senior Expert, Modern Erfgoed, Nederland
6. Anneke de Gouw, Voorzitter, Erfgoedvereniging Heemschut Zuid-Holland, Nederland
7. Anna Odulinska, Architect, Fotograaf, Nederland
8. Arie van der Meijden, Architect, Groeneweg Van der Meijden Architecten, Dordrecht, Nederland
9. Bas van der Westerlo, Business Manager Circulariteit and Senior Adviseur bij Volantis, Nederland
10. Bernard Colenbrander, Emeritus Hoogleraar Architectuurgeschiedenis en -theorie, TU/e en Bestuur KNOB, Nederland
11. Christien Brinkgreve, Voormalig Hoogleraar Sociale Wetenschappen en auteur, Nederland
12. Dick van Gameren, Hoogleraar Wonen, Voormalig Decaan, TU Delft, en Partner bij Mecanoo, Nederland
13. Floortje Keijzer, Redacteur, De Architect; architect en architectuurhistoricus, Nederland
14. Francesco Bandarin, Voormalig Directeur-Generaal Cultuur, UNESCO, Parijs, Frankrijk
15. Gert-Jan Burgers, Afdelingsvoorzitter Kunst en Cultuur, Geschiedenis en Oudheidkunde, Faculteit der Sociale Wetenschappen en Geesteswetenschappen, VU en Projectleider Heriland: Cultureel Erfgoed en de Planning van Europese Landschappen, Nederland
16. Hedy d’Ancona, o.a. Voormalig Staatssecretaris voor Emancipatie en Minister van Volksgezondheid, Welzijn & Cultuur, senator en lijsttrekker EU-parlement, Nederland
17. Hermann Parzinger, Executive President, Europa Nostra, Nederland en Duitsland
18. Hilde Remoy, Hoogleraar Vastgoedmanagement, TU Delft, Nederland
19. Hugo van Velzen, Cultuurhistorisch- en Ruimtelijk Onderzoek Advies en Ontwerp, CONTREI, Nederland
20. Jan Jongert, Professor of Practice, Circulariteit in de Gebouwde Omgeving, TU Delft, en Medeoprichtend Partner bij Superuse, Nederland
21. Jan Willem van de Groep, Opiniemaker, Spreker, Programmaregisseur, Building Balance en Programmaontwikelaar, No-Bricks, Nederland
22. Janneke Bierman, Architect-directeur bij BiermanHenket, Nederland
23. Job Roos, Partner bij Braaksma & Roos Architectenbureau, Nederland
24. Johannes Widodo, Universitair Hoofddocent, Architectonisch en Stedelijk Erfgoed, National University of Singapore, Singapore
25. Joop ten Velden, Architect, Voormalig raadslid Den Haag en statenlid Zuid-Holland Nederland
26. Jouke Post, Emeritus Hoogleraar Levensduur Architectuur, TU/e en Oprichter XX Architecten, Nederland
27. Koen van Balen, Emeritus Hoogleraar, UNESCO Leerstoel voor Preventieve Conservering, Monitoring en Onderhoud van Monumenten en Sites, Leuven Universiteit, België
28. Laurie Neale, Architect, Adviesraad, 7ME Programma, Europa Nostra & EIBi, Nederland
29. Lisanne Havinga, Universitair Docent Gebouwprestaties, TU/e en Senior consultant, Common Futures – energietransitiespecialisten, Nederland
30. Marieke Kuipers, Voormalig Hoogleraar Erfgoed en Culturele Waarden, Architectuur van de 20ste Eeuw, TU Delft, en RCE Senior Expert, Nederland
31. Mario Santana, Hoogleraar Cultureel Erfgoedzorg, UNESCO-leerstoel Digital Twins voor Werelderfgoedbehoud, Carleton University en Voormalig Secretary General, ICOMOS, Canada
32. Michaela Hansen, Voormalig Programmamanager - Verdrag van Faro, RCE, Nederland
33. Michelle Provoost, Lid van het Decanaat, Independent School for the City, Directeur INTI International New Town Institute, en Partner bij Crimson, Nederland
34. Nathalie de Vries, Hoogleraar Architectonisch Ontwerp en Publieke Gebouwen, TU Delft, en Oprichtend Partner, MVRDV, Nederland
35. Olaf Grawert, Partner bij b+ en Initiatiefnemer van HouseEurope!, Duitsland
36. Pierre Simoes Kauter, Architect, Architects Climate Action Network Nederland (ACAN), Nederland
37. Ronald Schleurholts, Hoogleraar Erfgoed & Ontwerp, TU Delft, Nederland
38. Ronald Rovers, Voormalig Hoogleraar Duurzaamheid, TU/e, en Directeur van RiBuilT, Onderzoeksinstituut Gebouwde Omgeving van Morgen, Nederland
39. Rupert van Heijningen, Advocaat en Voorzitter, Vrienden van Den Haag, Nederland
40. Sacha Doesberg, Taxateur, Toegepaste Kunst, Nederland
41. Sneška Quaedvlieg-Mihailovic, Secretary General, Europa Nostra, Nederland
42. Sofia Aleixo, Architect, Universitair Hoofddocent, University of Évora, onderzoeker bij CHAM/FCSH UNOVA, en nationaal bestuurslid van de Portugese Architectenorde, Portugal
43. Sophia Labadi, Hoogleraar Erfgoed en Duurzame Ontwikkeling, SOAS en University of Kent, VK
44. Teresa Ferreira, Universitair Docent, UNESCO-leerstoel Erfgoed, Steden en Landschappen. Duurzaam Beheer, Conservering, Planning en Ontwerp, University of Porto, Portugal
45. Torsten Schröder, Senior Architect en Universitair Hoofddocent Duurzaamheid in Architectonisch Ontwerp, TU/e, Nederland
46. Tracy Metz, Nederlands-Amerikaans journalist, Podcast WaterProof en Architectural Record, Internationaal Correspondent, Nederland
47. Uta Pottgiesser, Hoogleraar Erfgoed & Technologie, TU Delft, en Voorzitter DOCOMOMO International, Nederland en Duitsland
48. Victor Mestre, Architect, CEO van VMSA Architecten, en Onafhankelijk Onderzoeker, Portugal
49. Wido Quist, Universitair Hoofddocent, Sectieleider Erfgoed & Architectuur, TU Delft en Secretary General, DOCOMOMO International, Nederland
50. Wouter van Stiphout, Lid van het Decanaat, Independent School for the City, en Partner bij Crimson, Nederland

Foto: Voormalig Ministerie van Sociale Zaken aan de Anna van Hannoverstraat 4 in Den Haag (Choinowski, 2015)


Comments